Pedala’s fietsen de Ronde van Vlaanderen

Op Paaszaterdag 3 april is de Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen. Marc en Jan rijden de route van 160 kilometer, een parcours met ca 1800 hoogtemeters dwars door de Vlaamse Ardennen, en trekken daar over de kasseienstroken in een bont gezelschap van echte Flandriens en vele buitenlandse wielergasten, o.a uit Nederland, Engeland, Frankrijk, Italië, de VS en Australië. Hoogtepunt van de dag is de Muur van Geraadsbergen, waar de Zwitser Fabian Cancellara de volgende dag een patat uitdeelt aan de Vlaamse favoriet Tom Boonen (Tornado Tom), door hem volledig uit het wiel te rijden en daarmee de Ronde van Vlaanderen 2010 op zijn naam te schrijven.

De Kapelmuur bij Geraadsbergen (klik op de foto voor een grotere versie)

Wat er aan vooraf gaat.
Om half zes staat m’n blinkend stalen ros al klaar, eergisteren is-ie helemaal nagekeken, heeft een nieuwe ketting en tandwielcassette achter, en remblokken zijn vervangen, dus aan het materiaal zal het niet liggen morgen. De tas is gepakt: proviand, helm, kleding en schoenen, alles gecheckt en dubbelgecheckt. Marc komt met z’n grote klusbus, de fietsen kunnen achterin en daar is, zoals altijd, ook onze kleedkamer. Na een heerlijke pastamaaltijd met kip en verse salade van Ada vertrekken we uit Abcoude richting Terneuzen, waar we zullen overnachten bij Marc z’n moeder. Via Antwerpen rijden we bij Kruisstraat het fraaie landschap van Zeeuws-Vlaanderen binnen. Hier liggen Marc z’n “roots”, en hij vertelt vol trots over de geschiedenis van zijn vergeten stukje Nederland. Van de Tachtigjarige Oorlog, de Zeeuwse verdedigingslinie met schansen en vestingen, de protestante Zeeuwen die coute-que-coute de controle over de handelsroute van de Westerschelde wilden behouden, en de grens tussen katholieke en protestantse dorpen die nu nog steeds bestaat. En hoe hij vroeger met z’n vrienden vanuit het protestantse Terneuzen naar het zuiden reed om daar in een katholiek dorp carnaval te vieren en de meisjes het hof te maken. In Terneuzen aangekomen onthaalt Marc’s moeder ons heel gastvrij en zorgt dat de beide mannen een goed bed en een heerlijk ontbijtje krijgen.

Vandaag is de dag, niet lullen maar poetsen!
De volgende ochtend om zeven uur staan we op bij een ochtendzonnetje en een frisse bries. De lente lacht ons tegemoet. We rijden langs Gent naar Ninove, waar ons avontuur begint, en ook dat van vele, vele anderen, getuige de kilometers lange rijen geparkeerde auto’s op de vluchtstroken van de snelweg bij Ninove. In totaal rijden vandaag 19.000 wielertoeristen de verschillende routes, ordegrootte Elfstedentocht of Dam-tot-Dam Loop zeg maar. De organisatie van de tocht is echter geweldig. Wij vinden gemakkelijk een parkeerplaats in de stad, halen vlot onze stuurnummers en kunnen dan onmiddellijk van start. Toch is het dan al half tien….

We rijden Ninove uit en per sms komt de eerste aanmoediging al binnen: pedala, pedala! De lucht is donkergrijs, de wind trekt aan, maar het frisse lentegroen en de witte en gele bloesems maken duidelijk dat het wielerseizoen begonnen is. We hebben er zin in en proberen snel de eerste grote groep wielertoeristen te passeren, en dan nog één en nog één. Bij de oversteek van kruisingen worden we veilig begeleid door een leger van politie en vrijwilligers. Ik bedank ze in het voorbijgaan voor hun hulp.

Al snel loopt m’n ketting er af. Vreemd, ik heb net een nieuwe ketting en tandwielcassette en de derailleurs is toch gesteld? Ketting er weer op en rijden maar! Na een half uurtje valt de eerste regen, striemt al snel in ons gezicht, we bijten tegen de wind, eerst kop over kop, maar uiteraard moet ik al snel mijn meerdere bekennen in mijn maatje Marc (bijnaam Marco Pantani). Hij zal me de hele dag helpen, als een meester zijn gezel. Rijdt me uit de wind, wacht op me bovenaan de klimmetjes, komt terug als ik lek rijdt. In het wiel van je voorganger rijdt je voortdurend in een douche van spatwater. Door de regen en modder zie ik er al snel uit als een varken. Bij de eerste kasseienklim schakel ik mis, en dannog eens mis. Dat is waardeloos. Verder rammelen over een eindeloze kasseienstrook, en al snel doemt de vraag op in m’n hoofd hoe lang dit gaat duren, totdat iemand me waarschuwt dat de klem van m’n achterwiel los zit. Stoppen, en inderdaad, dat had niet lang meer moeten duren of er waren ongelukken gebeurd. Vastzetten en voort gaat het weer!

Impressie van het heuvellandschap (klik op de foto voor een grotere versie)

De Vlaamse Ardennen.
Na zo’n 50 km rijden we bij Oudenaarde onderlangs de Vlaamse Ardennen. Deze heuvelrug is al in het Tertiair ontstaan, en vormde toen de kustlijn met enorme ijzerhoudende zandbanken. Oxidatie zorgde voor een harde bovenlaag. Door het omhoogkomen van de Alpen in het Kwartair kantelden de aardschollen en kwam het gebied omhoog, waarna de zee zich terugtrok. In de afgelopen 2-3 miljoen jaar is het gebied verder gevormd door erosie waarbij beken en riviertjes de dalen uitsleten en hevige stormen aan het einde van de laatste IJstijd een vruchtbare leemlaag afzetten. De steile hellingen vooral aan de noordzijde van de heuvels zijn daarvan het gevolg. Het profiel van de Ronde van Vlaanderen ziet er dan ook uit als een stekelvarken, een eindeloze opeenvolging van korte steile klimmetjes tussen km 50 en 140 van deze cyclo.

Nu komt de echte uitdaging! Al snel dient zich de eerste klim aan: de Kluisberg. Maximaal stijgingspercentage 14,5%, maar gelukkig nog asfalt. Een makkie dus. Er volgen straks echter nog dertien andere bergskes, waarvan ook negen over de roemruchte Vlaamse kasseien. Niet te vroeg juichen dus. Rechts van ons slingert de Schelde zich een weg naar zee en voert het overtollig hemelwater af. Gelukkig breekt nu ook af en toe de zon even door. Mijn lijf zuigt de welkome voorjaarswarmte op en m’n kleren drogen geleidelijk weer. Boven de akkers jubelt een veldleeuwerik zijn lentelied. De eerste kasseienklim wordt gevormd door de Oude Kwaremont. Niet steil, wel lang. Weer krijg ik de ketting niet op het kleinste blad van m’n triple. Dan maar op het middenblad, dat gaat eigenlijk prima, maar zo direct volgen een paar zeer steile beklimmingen en dan moet het schakelen naar het kleinste voorblad feilloos gaan. Bovenaan de Kwaremont staat Marc weer trouw op me te wachten. Een korte uitleg van het technisch mankement is voldoende en hij stelt de begrenzer van m’n voorste derailleur iets anders af. Daarna werkt het beter. Gelukkig maar, want daar doemt de Paterberg al op. Opnieuw kasseitjes, maar nu een stijgingspercentage van 20,3%. Veel renners moeten afstappen, hetgeen leidt tot drommen lopers, waar de sterkere mannen en vrouwen tussendoor moeten zien te fietsen. Op een ongelijk wegdek als dit is dat een riskante onderneming, met valpartijen tot gevolg. Niet paniekeren nu, een beetje roepen helpt om lopers net op tijd naar de zijkant van de weg te manoeuvreren en zonder al te veel moeite kom ik fietsend boven. Dit geeft veel vertrouwen.

De Paterberg (klik op de foto voor een grotere versie)

Op de Koppenberg wordt het echter anders. Dit is de steilste klim van allemaal, 22,0 %. De kasseien liggen hier schots en scheef met 1-2 bandbreedtes uit elkaar en door de regen en modder zijn ze werkelijk spek- en spekglad. Drommen renners worstelen zich naar boven, gehijg en gegrom klinkt op uit de massa. Soms het gevloek van een renner die iemand ternauwernood kan ontwijken, of een kreet van iemand die valt. Daar gaat er weer één van de fiets, zijn voorwiel raakt vast tussen de kasseien en hij valt opzij, duwt in z’n val de buurman om, en die op zijn beurt…. Een prachtige demonstratie van het domino-effect, de hele wegbreedte ligt vol met fietsen en renners, met daarachter een opstopping van nog eens honderden renners die niet verder kunnen. Uiteindelijk moet de hele meute lopend omhoog. Jammer natuurlijk, want ook deze klim had ik graag fietsend volbracht.

Boven aangekomen gaat het verder, ik voel me toch meer en meer gesterkt door het gevoel in m’n benen, ze zijn eigenlijk heel goed vandaag. Ik rijd een opmerkelijke figuur voorbij, zoals er hier meer mooie portretten meefietsen. Deze is het archetype van de Flandrien op een ouderwetse stalen racefiets, met weliswaar een geelgekleurd wielerpak aan, maar ook een paar grote bergschoenen die met toeclips aan de pedalen vastzitten. Mooie verweerde kop heeft die vent, met bakkebaarden, een grijze sik en snor, daarbovenop een bruin jagershoedje. Op zijn rug een leren rugzak en, hoe kan het anders, een gele vlag met de Vlaamse Leeuw. De man pedaleert onverstoorbaar verder, ik zal hem nog diverse keren terugzien onderweg, en stilletjes verdenk ik hem er van dat hij gewoon de 260 km variant aan het rijden is. Bikkel!

Klim na klim gaat het voort, steil en minder steil, met tussendoor prachtige vergezichten langs de zuidoostkant van de heuvels. Bij een boerderij hoor ik een boerenzwaluw, een uur verderop nog één. Toch een begin van zomer? Het weer is er niet naar, de lucht betrekt opnieuw en verderop hangt een zware regensluier over het landschap, de temperatuur daalt weer in rap tempo. Na de Eikenberg volgt de Molenberg. Het is hier werkelijk prachtig! Hoezo balen van regen en slecht weer? In de Jura en de Vogezen zal het hoogstwaarschijnlijk niet anders zijn tijdens de Tour for Life. Als je je daar door laat leiden is de race gelopen. Geniet van wat er is, de fles is altijd half vol.

Na een boerderij moeten we naar links, de helling af. Plotseling moeten we in de remmen, voor ons staan honderden renners en toeristen opeen gepropt op een klein landweggetje, en door de bocht verderop kunnen we naar de oorzaak van deze file slechts gissen. Na een tijdje voortschuifelen wordt duidelijk dat we bij de tweede ravitailleringspost zijn aangekomen. Kaartcontrole met een knipje en dan aanvallen maar bij de kramen waar vele vrijwilligers vriendelijk en geduldig de hongerige fietsers van eten en drinken voorzien. Water, energiedrank, halve sinaasappels, bananen, koeken in alle soorten en overheerlijke wafels. Fantastische verzorging hier in de Ronde van Vlaanderen. We bunkeren zo snel mogelijk alle koolhydraten naar binnen die onze lijven aankunnen en dan gaan we weer door.

De Muur
Uiteindelijk naderen we Geraadsbergen, waar in de parcours beschrijving de één na laatste klim met de veelzeggende naam “Muur-Kapelmuur” wordt aangekondigd. Nogmaals kasseien en 19,8% stijgingspercentage. Marc springt vooruit, ik probeer nu toch dicht bij hem te blijven. Het is een beklimming in drie etappes, steeds een stukje steiler, en met steeds meer power ram ik naar boven. Het wegdek wordt vlakker en net als ik denk dat ik boven ben, zie ik de weg nog éénmaal naar rechts omhoog draaien. Op de top staat een grote kapel in de namiddagzon te stralen. Ik heb dus zojuist weliswaar de Muur beklommen, maar dit is dus nog de Kapelmuur, een toegift waar je “U” tegen zegt. Met nog meer power, en toch nog verrassend veel souplesse versnel ik en race in euforische staat naar boven, aangemoedigd door een toegestroomde massa wielerfans. Enthousiast roepend hoe gaaf dit is kom ik boven, zonder enige pijn of vermoeidheid. Het zal wel door de adrenaline komen die door mijn aderen giert. Voor de kapel laten Marc en ik ons op de foto zetten door een schoon Vlaams meiske. Mams en oma moeten van haar efkes uit beeld verdwijnen.

Marc en Jan voor de Kapel van Geraadsbergen, bovenaan de Muur-Kapelmuur (klik op de foto voor een grotere versie)

De dag kan niet meer stuk natuurlijk. We racen de Bosberg nog even op, helaas de laatste kasseitjes  en ik probeer ook nu weer bij Marc te blijven. Wat ga ik goed, het verschil wordt steeds kleiner en als Marc boven is race ik voorbij zonder hem te zien. Dan gaat het terug naar Ninove. Ik zet nog eens lekker aan, rijd 40 km/u om snel bij m’n maat te zijn, maar zie hem nergens. Na een poosje hoor ik Marc licht hijgend achter me vragen wat ik aan het doen ben. Lekker hard rijden? Ja, heerlijk gaat het, en samen leggen we de laatste kilometers af alsof we vleugels hebben gekregen. Om zes uur zijn we terug in Ninove, rijden door de stad in de stromende regen, maar als we bij de finish doorkomen schijnt de zon heel fel in de glinsterende druppels op mijn zonnebril. Ik denk dat mijn ogen ook glinsteren, van plezier.

Epiloog
De fietsen gaan in de bus, de natte kleren snel uit, iets warms en droogs aan en dan huiswaarts met de kachel aan. Een grote file voor Brussel kan ons niet meer deren. De ongelofelijke hoosregens onderweg ook niet. We stoppen onderweg voor een broodje rosbief en een maaltijdsalade, met daarbij een welverdiend witbiertje. KORENWOLF, LENTE! Als we om half tien afscheid nemen in Abcoude, spreken we af snel een nieuw avontuur te plannen, want dit smaakt beslist naar meer.

De volgende dag wordt Fabian Cancellara de nieuwe kampioen. Tom Boonen wordt tweede. De beslissing valt op de Muur.

Beste gastheren en gastvrouwen in Vlaanderen, dank voor deze onvergetelijke dag!

Sportieve groet,
Jan Beekman

3 reacties

  1. Bart zegt:

    Wat een mooi verhaal Jan! Herkenbaar ook :-) Volgend jaar moet ik ook maar gewoon mee!

    Ook op de heuvelrug is met pasen hard getraind. Na 3 dagen in de regen in een huisje in de Ardennen te hebben gezeten (3 meter gefietst, van de auto naar de schuur) heb ik gister de eerste 6uur+ gemaakt. Smaakt naar meer!

  2. Frans zegt:

    Hoi Jan, Zo te lezen was het – na het materiaal afstellen – een en al genieten. Je ziet er nog fris uit op de Muur. Dat belooft nog wat….

  3. Richard zegt:

    Geweldig dat je niet gepanikeerd hebt en Marc zelfs naar je toe moest rijden ;-)

    Geweldig verhaal!!!

Laat een reactie achter